Lees de tekst nog niet.
Lees de titel en bekijk het plaatje.
Wat zie je al?
Over welke periode in de geschiedenis gaat de tekst?
Tegenwoordig gaan in België alle kinderen naar school en leren ze lezen en schrijven. In de middeleeuwen was dat wel anders. Eigenlijk werkte toen bijna iedereen op het land, alleen de kinderen van adel kregen een soort opleiding.
Adel
Als je in de middeleeuwen van adel was, betekende dit dat je familie (veel) land in haar bezit had. Dit land werd bewerkt door de boeren. De opbrengst van het land ging naar de eigenaar, ook wel de heer genoemd. De boeren mochten een deel van de oogst houden als beloning voor het werk. Dreigde er oorlog of ander gevaar dan zorgde de heer voor bescherming van de boeren. Ging de heer dood dan werd de grond eigendom van zijn kinderen. Voor boeren was er eigenlijk geen mogelijkheid om 'hogerop' te komen en meer welvaart te krijgen.
Leven in welvaart
De adel leefde in vergelijking tot de gewone mensen in grote luxe. Ze hadden kastelen, mooie kleren, veel personeel en eten in overvloed. Bovendien was er op de kastelen ook vermaak. Ze werden geregeld bezocht door minstrelen. Dit waren rondreizende muzikanten die van kasteel naar kasteel gingen. Ze maakten dan muziek voor de bewoners, vertelden verhalen en brachten het laatste nieuws. Een populair tijdverdrijf was ook de jacht. Alleen mensen van adel hadden het recht om op hun land te jagen. Gewone mensen werden zwaar gestraft wanneer ze betrapt werden op het vangen van wild.

Tip: denk je aan de leesvraag?
Meisjes van adel
Jongens en meisjes van adel mochten tot hun zevende spelen. Meisjes leerden vanaf die leeftijd allerlei handwerken, zoals weven, naaien en spinnen. Wanneer ze volwassen waren en getrouwd werden ze vaak vrouwe van een kasteel. Een vrouwe was verantwoordelijk voor de huishouding en eigenlijk de baas van het kasteel. Dat betekende niet dat ze zelf kookte en schoonmaakte, daar was personeel voor.
Jongens van adel
Jongens werden op hun zevende page. Ze gingen dan bij een andere heer wonen. Daar leerden ze allerlei dingen die ze later nodig hadden, zoals met wapens omgaan en paarden verzorgen. Op de leeftijd van 15 werd een jongen schildknaap. Hij kreeg nieuwe taken, zoals het verzorgen van de wapens en het bedienen van gasten. Pas als hij 20 werd kreeg hij eigen wapens. Als hij zich heldhaftig had gedragen, kon hij tot ridder worden geslagen door zijn heer. Als er geen oorlog was, werden er toernooien georganiseerd waar ridders tegen elkaar streden.
Lezen en schrijven
De meeste mensen van adel konden niet lezen en schrijven. Die mensen noemen we analfabeten. De monniken waren de enigen van hun tijd die dat konden. Zij schreven voornamelijk boeken over met een ganzenveer en inkt. Een monnik kon wel twee jaar bezig zijn met het overschrijven van een boek. Echt monnikenwerk dus! Dat is nu gelukkig allemaal wel anders.